ECLI:NL:CRVB:2016:4523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van rechtsbijstand en griffierecht in een civiele procedure. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende deze bijstand toe, maar vorderde later een deel terug omdat appellanten deze kosten deels vergoed kregen van de wederpartij.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de bijstand een gift was en niet als middel mocht worden aangemerkt, dat de terugvordering buiten de wettelijke termijn viel en dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen voor hen zou hebben.
De Raad oordeelde dat de terugvordering terecht is op grond van artikel 58 van Pro de Participatiewet, omdat de kosten waarvoor bijstand was verleend later werden vergoed. De aangevoerde argumenten van appellanten faalden, mede omdat het college rekening moet houden met de beslagvrije voet bij invordering, waardoor appellanten in beginsel 90% van de bijstandsnorm kunnen behouden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijzondere bijstand en wijst het hoger beroep af.