ECLI:NL:CRVB:2016:4572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid ondanks psychische en fysieke beperkingen
Appellante viel op 28 augustus 2012 uit wegens psychische en later ook fysieke klachten en vroeg op 29 mei 2014 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit van 23 juli 2014 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Dit besluit werd na bezwaar en beroep op 19 december 2014 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de beoordeling zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, onder meer omdat zij twee middagen per week dagbesteding had bij GGZ en dat de rechtbank ten onrechte uitging van beperkingen aan de linkervoet in plaats van de rechtervoet. Zij stelde ook dat zij niet in staat was de geduide functies te verrichten.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen juist waren. De dagbesteding werd niet als loonvormende arbeid ongeschiktheid erkend, en de psychische diagnose leidde niet tot een andere beoordeling van de belastbaarheid. Ook werd erkend dat de beperkingen aan de rechtervoet waren meegenomen. De functies die appellante kon verrichten overschreden haar belastbaarheid niet, waardoor het UWV terecht de WIA-uitkering weigerde.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante voldoende belastbaar is voor de geduide functies.