ECLI:NL:CRVB:2016:4618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar politie wegens onzedelijk betasten collega tijdens studentendag
Betrokkene, aspirant allround politiemedewerker, werd ontslagen wegens plichtsverzuim nadat hij tijdens een studentendag in 2013 een vrouwelijke collega onzedelijk had betast. Na een intern disciplinair onderzoek legde de korpschef hem ontslag op, wat betrokkene betwistte.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende objectief bewijs bestond voor het onzedelijk betasten en verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit. De korpschef ging in hoger beroep en stelde dat de verklaringen van meerdere collega’s voldoende waren om het plichtsverzuim vast te stellen.
De Raad overwoog dat in ambtenarentuchtrecht minder strikte bewijsregels gelden dan in strafrecht, maar dat verklaringen van collega’s kritisch moeten worden beoordeeld. De verklaringen van de vrouwelijke collega en getuigen werden als betrouwbaar en consistent beoordeeld, terwijl andere gedragingen niet bewezen werden.
Gelet op de ernst van het plichtsverzuim en de eisen aan betrouwbaarheid binnen de politie was het ontslag niet onevenredig. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, waarmee het ontslag werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens onzedelijk betasten van een collega wordt gehandhaafd.