Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
onder 1.4. genoemde brief van 3 juli 2014 niet is ontvangen. Appellant is in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie vóór 18 september 2014 alsnog toe te zenden.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 3 mei 2013 een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO). Het UWV heeft appellant verzocht aanvullende documenten te overleggen, waaronder paspoortkopieën, arbeidsovereenkomsten en medische rapporten, met een uiterste inleverdatum van 13 juli 2014. Appellant heeft deze gegevens niet binnen de gestelde termijn aangeleverd.
Het UWV stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant stelde bezwaar en voerde aan dat hij de gevraagde gegevens op 3 juli 2014 had verzonden, maar het UWV ontving deze niet. Na een tweede termijn en een ongegrond verklaard bezwaar bevestigde de rechtbank Amsterdam het besluit van het UWV.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij sinds 1992 ziek was en overhandigde medische verklaringen, maar deze waren onvoldoende om de aanvraag alsnog te beoordelen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de aanvraag buiten behandeling had gelaten omdat noodzakelijke gegevens ontbraken en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs niet in staat was de gegevens tijdig te verstrekken. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellant wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.