ECLI:NL:CRVB:2016:4678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was werkzaam als medewerker bij de gemeente Helmond en meldde zich ziek met zware griep, bronchitis, burnout en PTSS. Het Uwv stelde na medisch onderzoek vast dat zij per 29 juni 2015 geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde haar Ziektewet-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat haar stellingen omtrent burnout en PTSS onvoldoende waren onderbouwd. Sociale omstandigheden en privéproblemen werden niet meegewogen bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat haar klachten en privésituatie onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat het onderzoek adequaat was, dat de klachten bekend waren en meegewogen, maar dat het Wmo-rapport niet relevant was voor de Ziektewet-beoordeling.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 29 juni 2015 geschikt was voor haar arbeid en de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd.