ECLI:NL:CRVB:2016:471
Centrale Raad van Beroep
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op afspraak
Appellant had bijstand ontvangen die door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer werd ingetrokken met ingang van 11 oktober 2013, omdat appellant niet was verschenen op een afspraak van 21 oktober 2013 zonder tegenbericht te geven. Appellant voerde aan dat smetvrees hem verhinderde om zijn post te openen en daardoor niet op de afspraak kon verschijnen.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken. De stelling van appellant dat hij vanwege smetvrees in sociaal isolement verkeerde en daardoor geen derde kon inschakelen om zijn post te halen, werd niet onderbouwd en door het college gemotiveerd weersproken.
Het bezwaar van appellant tegen het besluit werd ongegrond verklaard door het college en de rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere argumenten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en de voorzieningenrechter en bevestigde de intrekking van de bijstand.
Er werd geen aanleiding gezien voor het opleggen van proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet verschijnen op afspraak wordt bevestigd.