ECLI:NL:CRVB:2016:4744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstandsverlening
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en wijzigde zijn adres zonder dit aan het college te melden. Het college stuurde brieven en uitnodigingen voor gesprekken naar het laatst bekende adres, waarop appellant niet reageerde en niet verscheen. Hierdoor werd het recht op bijstand ingetrokken en een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de terugvordering niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding en stelde de boete vast op €776,22 wegens grove schuld. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij de brieven niet ontving en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De Raad oordeelde dat het college aan de bekendmakingsverplichting had voldaan door verzending naar het laatst bekende adres, en dat appellant het college niet had geïnformeerd over zijn adreswijziging. Er was geen sprake van grove schuld, maar van normale verwijtbaarheid. De boete werd daarom verlaagd naar €520,-. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard voor het bezwaar tegen de terugvordering, maar gegrond voor het boetebedrag. Het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt vastgesteld op €520,- en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.