ECLI:NL:CRVB:2016:4745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant had bijstand aangevraagd en zijn woonadres gewijzigd nadat hij geen toegang meer had tot het oorspronkelijke adres. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde bijstand toe te kennen vanwege twijfels over de juistheid van de opgegeven woonsituatie. Medewerkers van de gemeente probeerden een huisbezoek af te leggen, maar appellant weigerde hieraan mee te werken zonder toestemming van de bewoner.
Het college trok de bijstand per 30 oktober 2013 in wegens het niet voldoen aan de medewerkingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot het onderzoek en dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek vanwege de gerede twijfel over de woon- en leefsituatie.
De Raad verwierp het verweer dat het huisbezoek niet geoorloofd was in het kader van een lopende uitkering en dat medische omstandigheden de weigering rechtvaardigden. Ook was het college niet verplicht om eerst andere bewijslevering te vragen voordat het huisbezoek werd aangeboden. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de intrekking van de bijstand werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.