ECLI:NL:CRVB:2016:4752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding met partner
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder maar de gemeente Breda trok deze in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met R op haar adres zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellante en R, ondanks aparte inschrijvingen, hun hoofdverblijf delen. Dit is gebaseerd op verklaringen van appellante, R en getuigen, die elkaar ondersteunen en niet zijn weersproken met concrete feiten.
De Raad oordeelt dat de verklaringen van appellante en R rechtsgeldig zijn, ondanks hun latere ontkenningen, en dat de burenverklaring de bevindingen ondersteunt. Andere door appellante overgelegde getuigenverklaringen worden als subjectief beoordeeld en wegen niet op tegen de verklaringen van de betrokkenen zelf.
Op grond van artikel 3 WWB Pro worden appellante en R als gehuwden aangemerkt, waardoor appellante geen recht meer had op bijstand als alleenstaande ouder. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand aan appellante wordt bevestigd omdat zij met R een gezamenlijke huishouding voert.