ECLI:NL:CRVB:2016:4813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet tijdig beslissen bijzondere bijstand en proceskostenveroordeling
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor rechtsbijstandskosten. Het college kende een lager bedrag toe dan aangevraagd en stuurde het besluit niet aan de gemachtigde. Appellanten stelden het college in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelden beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en sprak geen proceskostenveroordeling uit. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het college onrechtmatig handelde door het besluit niet aan de gemachtigde toe te zenden en dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling uitsprak.
De Raad oordeelde dat het college binnen de wettelijke termijn had beslist en appellanten tijdig waren geïnformeerd over het besluit. Het niet toezenden aan de gemachtigde was weliswaar in strijd met de Awb, maar dit raakt de procedurele belangen en niet de inhoudelijke beslistermijn. Daarom was het beroep niet-ontvankelijk en was geen proceskostenveroordeling op zijn plaats.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 13 augustus 2015 ongegrond. Er bestond geen recht op dwangsom en geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het handhavingsbesluit is ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.