ECLI:NL:CRVB:2016:4833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na zorgvuldig medisch en arbeidsdeskundig onderzoek
Appellante ontving een WGA-loongerelateerde uitkering wegens beperkingen na een auto-ongeval. Deze werd beëindigd en omgezet in een WGA-vervolguitkering, die het UWV later beëindigde omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bleek te zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht en geen aanleiding zagen voor een medische urenbeperking. Ook de arbeidsdeskundige had de geschiktheid voor nieuwe functies voldoende gemotiveerd.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordeling overtuigend was gemotiveerd, dat er geen aanwijzingen waren voor onderschatting van de beperkingen en dat de arbeidsdeskundige de functiegeschiktheid adequaat had vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het besluit tot beëindiging van de WGA-vervolguitkering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-vervolguitkering wordt bevestigd.