ECLI:NL:CRVB:2016:490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- W.F. Claessens
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Betrokkene vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) na een eerdere inkomensvoorziening. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat betrokkene onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag. Betrokkene had een financieel overzicht overgelegd met verklaringen van familieleden, maar zonder objectieve bewijsstukken.
De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen, omdat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en het college onvoldoende onderzoek had gedaan. Na aanvullend onderzoek bleef het college bij de afwijzing wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag. De bankafschriften toonden nauwelijks betalingen voor levensonderhoud, het financieel overzicht was onvolledig en tegenstrijdig, en er ontbraken verifieerbare bewijsstukken. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de financiële situatie van betrokkene.