ECLI:NL:CRVB:2016:4923

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
21 december 2016
Zaaknummer
15/1814 WUV-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in sociaal zekerheidszaak ongegrond verklaard

Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb), maar dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. De uiterste datum voor het indienen van het beroepschrift was 5 januari 2015, terwijl appellante het digitaal indiende op 13 januari 2015.

In het verzet stelde appellante dat zij door gezondheidsredenen in het buitenland verbleef en daardoor de aangetekende brief van de Svb niet kon ophalen. Tevens gaf zij aan problemen te hebben gehad met het digitaal indienen van het beroepschrift. De Raad oordeelde echter dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Volgens vaste rechtspraak rust op de betrokkene de verplichting om tijdens een verblijf in het buitenland de kennisneming van belangrijke post mogelijk te maken.

Ook het argument dat digitale indiening problemen gaf, werd verworpen omdat appellante ook tijdig per post had kunnen indienen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 20 december 2016 gedaan door de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens verzuim bij tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 december 2016
15/1814 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[Appellante] te Spanje (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van
14 juni 2016 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van de Svb van
24 november 2015 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 14 juni 2016 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 22 november 2016. Appellante is verschenen. De Svb is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 14 juni 2016 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was
5 januari 2015. Appellante heeft bij de rechtbank Amsterdam digitaal beroep ingesteld op
13 januari 2015. De rechtbank heeft het beroepschrift doorgezonden aan de Raad.
In verzet heeft appellante aangevoerd dat zij niet in staat is geweest de aangetekende brief van de Svb bij het postkantoor af te halen, omdat zij vanwege gezondheidsredenen in het buitenland verbleef. Verder heeft appellante gesteld dat zij problemen heeft ondervonden met het digitaal indienen van haar beroepschrift.
De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad ligt het op de weg van een betrokkene om kennisneming en afhandeling van (belangrijke) poststukken tijdens een verblijf in het buitenland mogelijk te maken. Dat heeft appellante voorafgaand aan haar vertrek naar het buitenland, echter niet gedaan. Dat appellante problemen heeft ondervonden met de digitale indiening van haar beroepschrift treft eveneens geen doel, omdat zij haar beroepschrift ook tijdig per post had kunnen indienen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2016.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) N. Talhaoui
JvC