ECLI:NL:CRVB:2016:4930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- J.J.T. van den Corput
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens impasse in arbeidsrelatie bij sociale werkvoorziening
Appellant was sinds 1998 in dienst van het Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening [A.], laatstelijk als manager. Medio 2008/2009 ontstond een managementcrisis waarbij appellant en anderen een klacht indienden tegen de directeur, die daarop werd ontslagen. De nieuw aangestelde directeur gaf in 2009 aan dat het beter was afscheid te nemen, met de intentie appellant elders binnen het circuit te plaatsen.
Na jaren van detacheringen bij verschillende externe werkgevers binnen het netwerk van [A.] werd de detachering in 2014 beëindigd vanwege vertrouwelijke informatie die appellant had gedeeld en bezwaren tegen zijn financiële verslaggeving. Het dagelijks bestuur verleende appellant per 1 september 2014 ontslag wegens een impasse in de arbeidsrelatie, waarbij een aanvullende uitkering werd toegekend.
Appellant voerde aan dat hem was toegezegd dat geen ontslag zou volgen en dat het dagelijks bestuur onvoldoende had gedaan om hem te herplaatsen. De Raad oordeelde dat het vertrouwen op geen ontslag redelijkerwijs niet kon worden ontleend voor de lange termijn en dat het dagelijks bestuur voldoende inspanningen had geleverd. Gezien de vertrouwelijke informatie en het ontbreken van een duurzame oplossing was sprake van een impasse.
De Raad bevestigde dat het ontslag op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO rechtmatig was en dat de aangeboden regeling passend was. Er was geen aanleiding voor aanvullende compensatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens impasse bevestigd.