ECLI:NL:CRVB:2016:4935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres in Almere. Naar aanleiding van een tip dat een ander persoon bij betrokkene woonde, voerde de gemeente een onderzoek uit, waaronder een huisbezoek op 22 augustus 2013. Betrokkene zou geweigerd hebben mee te werken aan dit huisbezoek, waarna de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat er een gebrek was in de besluitvorming omdat het proces-verbaal van het huisbezoek niet volledig was ondertekend en dat appellant dit niet voldoende had hersteld. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf appellant opdracht een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde appellant dat het proces-verbaal van 7 januari 2015, ondertekend door een sociaal rechercheur op ambtseed, het gebrek herstelde en dat ondertekening door de bijzonder controleur niet noodzakelijk was. De Raad volgde dit standpunt en oordeelde dat er voldoende feitelijke grondslag was voor de conclusie dat betrokkene niet meewerkte aan het huisbezoek.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen, liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand en vernietigde het nader besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek blijft in stand.