Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.488,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht het college om voortzetting van haar uitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Het college weigerde op 21 april 2015 een besluit te nemen op haar aanvraag. Appellante maakte bezwaar en stelde het college in gebreke, met het verzoek om een dwangsom toe te kennen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de schriftelijke weigering geen besluit (beschikking) is als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar dat deze voor de toepassing van bezwaar en beroep wel gelijkgesteld wordt met een besluit. Voor de toepassing van de dwangsomregeling (artikel 4:17 Awb Pro) werd de weigering eveneens gelijkgesteld met een beschikking op aanvraag.
De Raad concludeerde dat het college op het moment van de ingebrekestelling niet meer in gebreke was en daarom geen dwangsom verschuldigd was. Het college heeft de weigering van de dwangsom terecht gehandhaafd. Wel werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar en beroep, omdat het college de uitkering later alsnog toekende.
Uitkomst: De Raad wijst het beroep tegen de weigering van de dwangsom af en veroordeelt het college in de proceskosten.