ECLI:NL:CRVB:2019:1694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schriftelijke weigering besluit en vereiste bezwaarprocedure
In deze zaak stond centraal of een brief van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen van 12 juli 2016 kon worden aangemerkt als een schriftelijke weigering om te beslissen op het verzoek tot herziening van appellant van 9 juni 2016. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze brief geen besluit of beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, maar wel een schriftelijke weigering om een besluit te nemen.
De Raad verwees naar artikel 6:2 Awb Pro, waarin de schriftelijke weigering om een besluit te nemen gelijk wordt gesteld aan een besluit, waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt. Omdat appellant geen bezwaar had ingediend tegen deze weigering, was het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. De Raad bevestigde deze uitspraak en wees erop dat een expliciete weigering niet vereist is; ook een impliciete weigering volstaat.
Het hoger beroep van appellant werd daarom verworpen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken en is gebaseerd op de wettelijke bepalingen omtrent bezwaar en beroep binnen het bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eerst bezwaar had moeten worden gemaakt tegen de schriftelijke weigering van het college.