ECLI:NL:CRVB:2016:4967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en juiste vaststelling functionele mogelijkhedenlijst in WIA-uitkering
Appellante, werkzaam als tandartsassistente, meldde zich ziek wegens lichamelijke klachten en werd beoordeeld op grond van de Wet WIA. Een verzekeringsarts stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waarop een arbeidsdeskundige haar geschiktheid voor andere functies baseerde. Het UWV wees een WIA-uitkering af, wat appellante betwistte met aanvullende klachten en bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld, waarbij klachten die appellante pas in beroep aanvoerde niet relevant werden geacht. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de FML adequaat rekening houdt met de aanwezige beperkingen, waaronder nek-, schouder- en rugklachten.
Ook de geschiktheid voor de geselecteerde functies is volgens de Raad voldoende gemotiveerd en onderbouwd door arbeidsdeskundige rapporten. De Raad wijst klachten die pas in beroep werden ingebracht af wegens het ontbreken van bewijs dat deze op de datum in geschil aanwezig waren.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en ziet geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige of toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is en de functionele mogelijkhedenlijst juist is vastgesteld, waardoor het beroep van appellante ongegrond is verklaard.