ECLI:NL:CRVB:2016:4982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. In 2008 trok het UWV haar uitkering in omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was, maar de rechtbank verklaarde dit besluit toen ongegrond en stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 15 tot 25%.
In 2013 meldde appellante een verslechtering van haar gezondheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek besloot het UWV in 2014 de WAO-uitkering opnieuw in te trekken per 9 april 2014, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de uitkering introk omdat er geen medische aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen sinds 2008. Tevens was de intrekking zorgvuldig voorbereid met een aanzegging en een termijn van minimaal twee maanden in acht genomen, conform het zorgvuldigheidsbeginsel. Er waren geen schriftelijke toezeggingen die het gerechtvaardigde vertrouwen van appellante konden wekken dat haar uitkering niet zou worden ingetrokken.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.