Uitspraak
8 maart 2016, 15/3900 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
“meneer wil niet deelnemen aan dit traject, redenen vermeldt onder participatiedossier. Hij onderzoekt nu de mogelijkheid voor deeltijdwerk.”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2011 bijstand en was onderworpen aan arbeidsverplichtingen volgens de WWB. Hij werd uitgenodigd om deel te nemen aan het traject 'Werk in de Wijk', gericht op arbeidsinschakeling, dat hij ondertekende maar feitelijk niet accepteerde.
Het college verlaagde de bijstand met 100% voor één maand wegens het niet meewerken aan deze voorziening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het bijstandverlenend orgaan bepaalt welke re-integratievoorziening passend is en dat appellant niet mocht weigeren deel te nemen aan het traject, ook al vond hij het niet passend. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter O.L.H.W.I. Korte op 29 november 2016.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand wegens niet meewerken aan het traject 'Werk in de Wijk' wordt bevestigd.