ECLI:NL:CRVB:2016:5026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.W. Schuttel
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks psychische klachten appellant
Appellant, sinds 2002 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en lichamelijke aandoeningen, kreeg een WAO-uitkering die laatstelijk was vastgesteld op 55-65% arbeidsongeschiktheid. Na melding van verslechtering van zijn gezondheid in 2014, waaronder toegenomen psychische klachten door rouw en financiële problemen, heeft het UWV de uitkering verlaagd naar 45-55%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zijn psychische klachten en vermoeidheid onvoldoende waren meegewogen, met name zijn noodzaak om overdag anderhalf uur te slapen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad vond de medische onderbouwing van het UWV overtuigend en zag geen reden om een urenbeperking toe te kennen. Appellant had geen nieuwe medische stukken overgelegd die het oordeel konden veranderen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 45-55% zonder urenbeperking.