ECLI:NL:CRVB:2016:5059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van WWB
Appellante ontvangt sinds april 2013 bijstand op grond van de WWB en had aanvankelijk ontheffing van arbeidsverplichtingen gekregen. Het college besloot echter vanaf december 2013 dat zij weer aan haar arbeidsverplichtingen moest voldoen. Na bezwaar en medisch-arbeidsdeskundig onderzoek door het UWV werd de ontheffing geweigerd vanwege het ontbreken van dringende redenen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door medische en psychische beperkingen niet aan de arbeidsverplichtingen kon voldoen en overlegde nieuwe rapporten. De Raad concludeerde echter dat deze rapporten onvoldoende aanleiding boden om het eerdere advies te wijzigen. De psychische problematiek was volgens het UWV niet zodanig dat zij niet kon werken.
De Raad overwoog dat het toetsingskader voor de WWB anders is dan bij de WIA en dat de arbeidsdeskundige had vastgesteld dat appellante in staat was algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten. De Raad stelde vast dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij op grond van dringende redenen ontheffing moest krijgen en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ontheffing van arbeidsverplichtingen voor appellante.