ECLI:NL:CRVB:2016:5077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.W. Schuttel
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting Wajong-uitkering bij verhuizing naar Turkije
Appellant ontvangt sinds 1 december 2008 een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hij verzocht het UWV om met behoud van deze uitkering naar Turkije te mogen verhuizen. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland oordeelde eveneens dat de verhuizing van appellant naar Turkije niet onder de uitzonderingen van de hardheidsclausule valt, omdat de verhuizing van zijn vader gebaseerd is op een eigen keuze en niet op een objectieve en dwingende noodzaak.
Appellant stelde in hoger beroep dat de Beleidsregels van het UWV in strijd zijn met Europese regelgeving en dat hij als dubbele nationaliteit houder recht heeft op voortzetting van de uitkering in Turkije. Tevens voerde hij aan dat hij afhankelijk is van zijn ouders voor verzorging en dat zij genoodzaakt zijn te verhuizen. Hij bracht een psychiatrisch en psychologisch rapport in.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het exportverbod van de Wajong-uitkering uitgangspunt is en dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen geldt. De verhuizing van de vader van appellant is een eigen keuze zonder objectieve noodzaak, waardoor geen zwaarwegende reden bestaat om de uitkering voort te zetten. Ook de overige omstandigheden en het rapport konden dit niet veranderen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om met behoud van de Wajong-uitkering naar Turkije te verhuizen wordt afgewezen.