ECLI:NL:CRVB:2016:5110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- G.M.G. Hink
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling bijstandaanvraag wegens onvolledige gegevens
Appellant diende op 23 januari 2015 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij hij aangaf sinds september 2013 niet meer als zelfstandige te werken vanwege een herseninfarct. Het college verzocht appellant meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften, binnen gestelde termijnen aan te leveren. Appellant voldeed hier niet volledig aan.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling bij besluit van 20 februari 2015, gehandhaafd bij besluit van 10 juni 2015. De rechtbank verklaarde het beroep hiertegen ongegrond. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat het besluit onbevoegd was genomen en onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek was geheeld door het besluit op bezwaar en dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde gegevens onmisbaar waren voor de beoordeling. De motivering was voldoende doordat verwezen werd naar de brief met bijlage waarin de gevraagde stukken waren gespecificeerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gesteld vanwege het niet tijdig aanleveren van volledige bankafschriften; hoger beroep wordt afgewezen.