ECLI:NL:CRVB:2009:BK1872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair strafontslag wegens bezit wapens en munitie in strijd met Wwm
Appellant was werkzaam als advocaat-generaal en werd in 2006 geschorst en vervolgens ontslagen wegens het bezit van (onderdelen van) wapens en munitie zonder vergunning, in strijd met de Wet wapens en munitie (Wwm). Na een politieactie in België werd hij aangehouden en zijn woningen doorzocht, waarbij wapens en munitie werden aangetroffen.
De minister wijzigde de schorsingsgrondslag en hield de bezoldiging in. Appellant maakte bezwaar, maar de Raad oordeelde dat de minister bevoegd was deze maatregelen te treffen en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn zienswijze te geven. De Raad verwierp ook het verweer dat het bewijsmateriaal onrechtmatig was verkregen.
Gezien de ernst van het plichtsverzuim, de positie van appellant en zijn onvoldoende inzicht in de ernst van zijn gedragingen, achtte de Raad de opgelegde straf niet onevenredig. Vergelijkbare gevallen waren niet aantoonbaar vergelijkbaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot ontslag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het disciplinaire strafontslag blijft in stand.