ECLI:NL:CRVB:2016:522
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens ontbreken calamiteiten
Appellante, geboren in 1950 in Nederlands-Indië, verzocht in 2012 om toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af omdat niet was gebleken dat zij calamiteiten had meegemaakt die onder de AOR vallen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard.
In beroep stelde appellante dat op basis van sibling equality haar aanvraag toch gehonoreerd moest worden, omdat haar broers wel oorlogsgeweld hadden ondervonden en er een gering leeftijdsverschil was. Tevens werd een verklaring van haar zuster over mishandeling aangevoerd.
De Raad overwoog dat de broers erkend zijn vanwege gebeurtenissen die plaatsvonden vóór de geboorte van appellante, zodat geen sprake is van het meemaken van dezelfde gebeurtenissen. De verklaring van de zuster was onvoldoende omdat deze niet op eigen waarneming berustte. Gezien het ontbreken van bevestiging dat appellante oorlogsgebeurtenissen heeft meegemaakt, werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bewijs dat zij calamiteiten in de zin van de AOR heeft meegemaakt.