ECLI:NL:CRVB:2016:528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling en payroll-overeenkomst bij gemeente Enschede
Appellanten waren aanvankelijk uitzendkrachten bij de gemeente Enschede en werden vanaf 1 januari 2010 tijdelijk ambtelijk aangesteld als Consulent Werk en Bijstand, met jaarlijkse verlenging tot en met 31 december 2012. Daarna zijn zij via payroll-overeenkomsten met Randstad Payroll Solutions bij de gemeente gedetacheerd, voortgezet tot 30 juni 2013 en uiteindelijk beëindigd per 1 januari 2014.
Appellanten maakten bezwaar tegen de beëindiging van hun werkzaamheden, stellende dat zij door overschrijding van de 36 maanden termijn volgens artikel 2:4, tweede lid, van de CAR/UWO een vaste aanstelling hadden verworven. Het college verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat deze niet gericht waren tegen een besluit in de zin van de Awb.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat werkzaamheden op basis van payroll-overeenkomsten niet meetellen voor het ontstaan van een vaste aanstelling volgens de CAR/UWO. Tevens was er geen sprake van een besluit tot beëindiging van een vaste aanstelling, zodat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen vaste aanstelling is ontstaan en verklaart de bezwaren niet-ontvankelijk.