ECLI:NL:CRVB:2016:530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluit en veroordeelt tot rente en proceskostenvergoeding
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid vanaf 5 oktober 2011. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een gewijzigd besluit waarin het bezwaar van appellant alsnog werd gegrond verklaard en recht op een loongerelateerde WGA-uitkering werd vastgesteld.
Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten, waaronder kosten voor een orthopedische expertise. De Raad oordeelde dat het UWV het bestreden besluit niet langer handhaafde en met het gewijzigde besluit volledig tegemoet kwam aan de vorderingen van appellant. Het verzoek om wettelijke rente werd toegewezen voor zover deze nog niet was betaald.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten van appellant, begroot op € 2.570,90, inclusief kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en een medische expertise. Tevens werd het griffierecht van € 160,- aan appellant vergoed. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant en het bestreden besluit wordt vernietigd.