ECLI:NL:CRVB:2016:550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- P. Vrolijk
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering na laattijdige aanvraag en zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant heeft op 28 maart 2012 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellant na zijn achttiende verjaardag in staat was geweest om meer dan 75% van het wettelijk minimumloon te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond vanwege het ontbreken van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en vernietigde het besluit.
Naar aanleiding hiervan heeft het UWV alsnog medisch en arbeidskundig onderzoek verricht. De verzekeringsarts constateerde beperkingen passend bij de aandoeningen van appellant, maar achtte hem toch in staat om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. De arbeidsdeskundige bevestigde dat appellant na zijn zeventiende verjaardag gedurende meer dan 26 weken meer dan 75% van het maatmanloon heeft verdiend.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende rekening hield met verslechtering van zijn gezondheid en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen in voldoende mate waren meegenomen en dat het nadeel van de laattijdige aanvraag voor rekening van appellant komt.
De Raad onderschreef tevens de arbeidskundige bevindingen en concludeerde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat was om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.