ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid rond 17e levensjaar
Appellant verzocht om een Wajong-uitkering met ingang van zijn 17e levensjaar wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering na een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor arbeidsongeschiktheid rond het 17e levensjaar.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was en dat uit medische rapporten en verklaringen van derden bleek dat hij reeds toen volledig arbeidsongeschikt was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende gegevens had aangeleverd over zijn jeugd en arbeidsverleden.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat er geen bewijs was voor relevante beperkingen rond het 17e levensjaar. De onzekerheid over de situatie van appellant in die periode kwam voor zijn risico. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van bewijs voor arbeidsongeschiktheid rond het 17e levensjaar.