ECLI:NL:CRVB:2016:553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting loongerelateerde WGA-uitkering in WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid 65-80%
Appellant, voormalig productiemedewerker en vorkheftruckchauffeur, viel in februari 2010 uit wegens rugklachten. Het UWV kende hem in december 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 70,22%, geldig tot augustus 2013. Vervolgens werd deze uitkering zonder nieuwe medische beoordeling omgezet in een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij 80 tot 100% arbeidsongeschikt was door toegenomen lichamelijke en psychische klachten, waaronder ondragelijke rugpijn en medicatiegebruik met bijwerkingen. Het UWV liet daarop een nieuw onderzoek uitvoeren door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die concludeerden dat de beperkingen onveranderd waren en de arbeidsongeschiktheid binnen de klasse 65-80% bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische grondslag deugdelijke was. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten over onzorgvuldig onderzoek en onderschatting van klachten, maar leverde geen nieuwe medische stukken. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak, oordeelde dat het onderzoek adequaat was en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot omzetting van de WGA-uitkering wordt bevestigd.