ECLI:NL:CRVB:2016:567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning AOW met meer dan één jaar terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, geboren in 1938 en woonachtig in Marokko, heeft in 2011 een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende haar met ingang van april 2011 een ouderdomspensioen toe. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en kreeg deels gelijk, waardoor zij over de periode december 2010 tot en met maart 2011 een nabetaling ontving.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond, omdat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die een terugwerkende kracht van meer dan één jaar rechtvaardigen. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door haar overleden echtgenoot verkeerd was geïnformeerd en niet wist dat zij zelfstandig recht had op AOW.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat onbekendheid met de wet in dit geval geen grond is voor het aannemen van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de AOW. De Raad onderschreef daarmee het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van het ouderdomspensioen met meer dan één jaar terugwerkende kracht wordt niet toegewezen.