Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1984,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die een Ziektewetuitkering ontving wegens oogklachten, werd door het UWV per 14 december 2012 ziekengeld ontzegd na een medische beoordeling. Het UWV gebruikte aanvankelijk een onjuiste maatstaf arbeid, namelijk functies geselecteerd in 2008 voor de Wet WIA. In bezwaar en beroep werd dit erkend en gecorrigeerd naar het werk dat appellante van november 2008 tot juli 2010 feitelijk verrichtte als medewerker activering/school.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij de medische beoordelingen van verzekeringsartsen onderschreef. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen, waaronder een recente traanbuisoperatie en adviezen om niet te snuiten, bukken of tillen, onvoldoende waren meegewogen. De Raad concludeerde echter dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet zodanig waren dat zij haar eigen arbeid niet kon verrichten.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde gronden en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante, aangezien de juiste maatstaf arbeid pas in hoger beroep werd vastgesteld. Het UWV moet een bedrag van €1984,- aan proceskosten vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante op 14 december 2012 niet arbeidsongeschikt was en wijst het hoger beroep af.