ECLI:NL:CRVB:2016:599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevens
Appellant heeft op 13 november 2013 telefonisch bijstand aangevraagd. Na een eerste gesprek op 27 november 2013, waarbij appellant voortijdig vertrok, heeft het college hem verzocht aanvullende gegevens te overleggen, waaronder bankafschriften, salarisspecificaties, huurbetalingsbewijzen en bewijs van woonadres.
Appellant verscheen op 3 december 2013 niet met alle gevraagde stukken en verliet ook toen voortijdig het gesprek. Het college stelde daarop de aanvraag bij besluit van 5 december 2013 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Het bezwaar hiertegen werd bij besluit van 14 juli 2014 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 21 november 2014.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college de aanvraag al inhoudelijk had behandeld en de buiten behandeling stelling onterecht was. De Raad oordeelde echter dat zonder de gevraagde essentiële gegevens een goede beoordeling niet mogelijk was en het college daarom terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld. Appellant kon ook niet aannemelijk maken dat hij redelijkerwijs niet over de gevraagde documenten kon beschikken.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van essentiële gegevens.