ECLI:NL:CRVB:2016:601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven niet gerechtvaardigd
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder na haar echtscheiding, die echter niet was ingeschreven in het register van de burgerlijke stand. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug, stellende dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar ex-echtgenoot S. De rechtbank handhaafde dit besluit deels voor de periode vanaf 15 maart 2013, mede vanwege de melding van zwangerschap van appellante en de rol van S in de opvoeding.
In hoger beroep betwistte appellante dat zij niet duurzaam gescheiden leefde. De Raad oordeelde dat de feiten, waaronder de zwangerschap en gezamenlijke opvoeding, onvoldoende zijn om het ontbreken van duurzaam gescheiden leven aan te nemen. De niet-ingeschreven echtscheiding en verklaringen van de huisarts en appellante zelf wezen niet op het ontbreken van intentie tot scheiding.
De Raad concludeerde dat het besluit tot intrekking en terugvordering niet zorgvuldig was voorbereid en ontbrak aan een deugdelijke grondslag. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de eerdere besluiten van het college geheel. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand is vernietigd omdat appellante duurzaam gescheiden leefde van haar ex-echtgenoot vanaf 15 maart 2013.