ECLI:NL:CRVB:2016:603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstandsmaatregel wegens niet verschijnen op informatiebijeenkomst met recidive
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg een maatregel opgelegd wegens het zonder geldige reden niet verschijnen op een informatiebijeenkomst over een mogelijke werkgelegenheid. Appellant legde een verlaging van de bijstand met 100% op, mede vanwege recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en stelde de verlaging vast op 100% voor de maand mei 2013, omdat geen sprake zou zijn van recidive. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit oordeel over recidive, terwijl betrokkene incidenteel hoger beroep instelde tegen het verwijtbaar handelen.
De Raad oordeelde dat betrokkene verwijtbaar heeft gehandeld door niet te verschijnen, maar dat het verwijt niet kon worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar in de zin van een sollicitatieprocedure, omdat niet was meegedeeld dat het om een concreet arbeidsaanbod ging. Wel was sprake van een verwijtbare gedraging in categorie 2 van de Afstemmingsverordening. Verder stelde de Raad vast dat wel degelijk sprake was van recidive binnen de twaalf maanden, waardoor de maatregel verhoogd moest worden.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak voor zover daarin een verlaging van 100% werd vastgesteld en stelde de verlaging vast op 50% voor de maand mei 2013. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De bijstand van betrokkene wordt voor mei 2013 met 50% verlaagd wegens niet verschijnen met recidive, eerdere verlaging van 100% wordt vernietigd.