ECLI:NL:CRVB:2016:632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding in ziekengeldzaak
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om met ingang van 14 oktober 2013 het ziekengeld te beëindigen. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De rechtbank stelde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring alsnog gegrond, vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep richt appellant zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Hij stelt dat het bezwaar tegen een eerder besluit van 11 september 2013 ook moet gelden voor het besluit van 11 oktober 2013. De Raad oordeelt dat dit niet het geval is omdat het hier twee afzonderlijke besluiten betreft zonder samenhang, en het bezwaar tegen het eerste besluit niet automatisch ziet op het tweede.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzitter M.C. Bruning op 24 februari 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.