ECLI:NL:CRVB:2016:634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens gebrek aan medische arbeidsbeperkingen
Appellante was werkzaam als paprikasorteerster en meldde zich ziek wegens hoofdpijnklachten. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk op basis van een medisch onderzoek door een verzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de motivering voldoende werd geacht. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was en overhandigde aanvullende medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts had de medische informatie zorgvuldig bestudeerd en geen objectief medisch bewijs gevonden voor arbeidsbeperkingen. Ook de aanvullende medische stukken boden geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel zouden leiden.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens het ontbreken van medisch objectiveerbare arbeidsbeperkingen.