ECLI:NL:CRVB:2016:638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld wegens geschiktheid voor postsorteerdersfunctie bevestigd
Appellant was werkzaam als postsorteerder toen hij zich ziek meldde met knie- en rugklachten. Na beëindiging van zijn dienstverband ontving hij ziekengeld op grond van de Ziektewet, dat het UWV per 22 december 2011 beëindigde wegens herstel. Appellant maakte hiertegen bezwaar en beroep, maar deze werden ongegrond verklaard.
In 2013 en 2014 meldde appellant zich opnieuw ziek, maar verzekerings- en bedrijfsartsen stelden vast dat hij geschikt was voor zijn functie. Het UWV beëindigde daarop opnieuw het recht op ziekengeld. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht met het argument dat zijn belastbaarheid niet juist was vastgesteld.
De Raad overwoog dat het werk aangepast kan worden aan de mogelijkheden van appellant, waaronder zittend werken. De medische beoordelingen waren zorgvuldig en gebaseerd op volledige informatie, inclusief een oriënterend psychisch onderzoek. De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij ongeschikt was voor zijn arbeid en bevestigde de eerdere uitspraken en besluiten van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet ongeschikt is voor zijn functie en beëindigt het recht op ziekengeld.