ECLI:NL:CRVB:2016:639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit hennepteelt
Appellant ontving sinds 2002 een WAO-uitkering, die vanaf 2004 werd vastgesteld op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. In 2013 werd vastgesteld dat appellant inkomsten had uit hennepteelt, wat leidde tot stopzetting en terugvordering van de uitkering over de periode januari tot april 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onder meer op basis van een politieproces-verbaal waarin een hennepkwekerij met 463 planten werd aangetroffen in zijn woning. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de kwekerij niet van hem was en dat er geen eerdere oogst was, maar kon deze stellingen niet overtuigend onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellant gehouden is aan zijn eerdere bekennende verklaring aan de politie en dat het aangeleverde bewijs van een latere stroomaansluiting niet overtuigend was. De Raad bevestigde daarom de beslissing van het UWV tot terugvordering van de uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering wegens inkomsten uit hennepteelt en wijst het hoger beroep af.