ECLI:NL:CRVB:2016:641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning militair invaliditeitspensioen van 10% na dienstongeval
Appellant, voormalig militair chauffeur, raakte in 1988 betrokken bij een dienstongeval waarbij hij hoofd- en rugletsel opliep. Na ontslag uit militaire dienst in 1990 vroeg hij in 2010 een militair invaliditeitspensioen aan vanwege diverse klachten. Medisch onderzoek concludeerde dat alleen de aandoening aan de spieren van de lendenwervelkolom verband hield met de militaire dienst en stelde een invaliditeitspercentage van 10% vast.
De minister kende op basis hiervan een invaliditeitspensioen van 10% toe, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische onderbouwing zorgvuldig was en geen objectieve medische gegevens waren overgelegd die het besluit konden betwisten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn situatie was verslechterd en verwees naar een arbeidsmedisch belastbaarheidsonderzoek en een gehandicaptenparkeerkaart. De Raad oordeelde dat deze gegevens geen verband met het dienstongeval aantonen en bevestigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 februari 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het invaliditeitspensioen van 10% en verklaart het hoger beroep ongegrond.