ECLI:NL:CRVB:2016:645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft herhaaldelijk verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen, waarbij eerdere verzoeken in 2005 en 2006 werden afgewezen. In 2009 diende appellant opnieuw een verzoek in, dat eveneens werd afgewezen door de minister van Defensie, met handhaving van dit besluit in 2012 na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd was en appellant geen objectief medisch bewijs had overgelegd dat twijfel zou kunnen oproepen over de medische grondslag van het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat nieuwe medische informatie bestond, maar de Raad concludeerde dat deze informatie niet als nieuw kon worden aangemerkt, omdat deze al bekend was of had kunnen worden aangevoerd bij eerdere verzoeken. Ook nieuw overgelegde stukken in hoger beroep konden niet worden betrokken bij de beoordeling.
De Raad oordeelde dat het verzoek van appellant een herhaalde aanvraag betrof in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, waarbij alleen inhoudelijke toetsing mogelijk is als er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. Omdat dit niet het geval was, werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden besluit tot afwijzing van het militair invaliditeitspensioen wordt bevestigd.