ECLI:NL:CRVB:2016:649
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wubo wegens niet oorzakelijke internering
Appellante, geboren in 1934 in Nederlands-Indië, verzocht meerdere malen om uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Na eerdere afwijzingen diende zij in december 2012 een nieuwe aanvraag in, waarbij werd erkend dat zij geïnterneerd was geweest in kamp Tawangsari tijdens de Bersiap-periode.
Verweerder concludeerde na medisch onderzoek dat de psychische klachten van appellante niet het gevolg waren van deze internering, maar van andere ingrijpende gebeurtenissen zoals het overlijden van haar ouders. De omgekeerde bewijslast was daarom niet van toepassing. Verder kon op grond van sequentiële oorlogstraumatisering geen rekening worden gehouden met andere oorlogsgebeurtenissen.
De Raad oordeelde dat de stellingen over andere calamiteiten onvoldoende overtuigend waren en dat de informatie over de internering voldoende was onderzocht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wubo-aanvraag wordt ongegrond verklaard.