Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 497,-;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam als medior complexbeveiliger bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij maakte op 8 mei 2013 tijdig melding van haar wens contact te hebben met H, een man die na negen maanden detentie vrijkwam. De werkgever verleende ontslag wegens ongeschiktheid vanwege deze relatie.
De rechtbank vernietigde dit ontslag omdat ongeschiktheid niet was aangetoond. In hoger beroep handhaafde de werkgever het ontslagbesluit, stellende dat betrokkene niet de juiste grondhouding had en dat een verbeterkans niet nodig was.
De Raad oordeelt dat betrokkene tijdig melding heeft gedaan en dat de werkgever niet op passende wijze heeft gereageerd door geen duidelijkheid te verschaffen over de mogelijke gevolgen van de relatie. De relatie met een ex-gedetineerde is niet per definitie verboden volgens de gedragscode, mits de veiligheid niet in gevaar komt.
De Raad concludeert dat betrokkene niet ongeschikt is voor haar functie en bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank. Tevens veroordeelt de Raad de werkgever in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid wordt vernietigd en betrokkene blijft in haar functie.