ECLI:NL:CRVB:2016:662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig taxichauffeur, ontving sinds 2006 een IVA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde in 2013 vast dat appellant vanaf januari 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering in. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de medische gegevens voldoende waren voor een afgewogen oordeel over de beperkingen van appellant.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsarts ten onrechte geen psychopathologie had vastgesteld, terwijl bij hem PTSS was gediagnosticeerd, wat psychische en lichamelijke klachten veroorzaakt. Ook wees hij op een advies van de GGD over een parkeervoorziening. De Raad concludeerde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat de medische onderzoeken zorgvuldig en volledig waren uitgevoerd. De verzekeringsartsen hadden alle relevante medische informatie betrokken, waaronder de PTSS-diagnose en psychosociale problemen.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de medische beoordeling onjuist was of dat de functionele beperkingen van appellant onderschat waren. Het GGD-advies was bekend en meegewogen, maar gaf geen reden om de conclusies van de verzekeringsartsen te herzien. De arbeidskundige onderbouwing van het besluit was deugdelijk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldige medische beoordeling.