Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 26 november 2013 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving sinds 1989 een WAO-uitkering wegens rugklachten, die in 2010 werd verhoogd. Na beëindiging van zijn WW-uitkering in 2009 meldde hij in 2012 een verslechtering van zijn gezondheid door prostaatcarcinoom. Het UWV weigerde de WAO-uitkering te verhogen omdat de toename van arbeidsongeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak dan waarvoor de uitkering oorspronkelijk werd toegekend.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat er gerede twijfel bestond of de prostaatcarcinoom al voor 2009 aanwezig was, wat een nieuwe omstandigheid zou zijn. Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de brief van de uroloog uit 2013 geen nieuwe feiten bevatte, aangezien de laboratoriumuitslagen uit 2007 stammen en betrokkene hiervan eerder op de hoogte had kunnen zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Betrokkene had in 2007 al kennis kunnen nemen van de verhoogde PSA-waarde. Daarnaast kan betrokkene na beëindiging van de WW-uitkering in 2009 geen ophoging van zijn WAO-uitkering krijgen op grond van artikel 7b WAO, omdat de toename van arbeidsongeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.