ECLI:NL:CRVB:2016:698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid als onderhoudstimmerman
Appellant was onderhoudstimmerman en meldde zich op 28 december 2009 ziek met rugklachten door een hernia. Na beëindiging van zijn dienstverband ontving hij ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een periode van werken en ziekte meldde appellant zich op 30 januari 2014 opnieuw ziek met rug- en schouderklachten terwijl hij een WW-uitkering ontving. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat appellant geschikt was voor zijn arbeid als onderhoudstimmerman en weigerde ziekengeld vanaf die datum.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant geen tegenbewijs leverde. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde een medisch rapport van juni 2015 waarin de GGD hem tijdelijk volledig arbeidsongeschikt verklaarde, maar dit betrof een situatie anderhalf jaar na de datum van de ziekmelding.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het medisch onderzoek van de verzekeringsarts, die geen objectieve medische redenen vond om appellant ongeschikt te achten voor zijn arbeid op 30 januari 2014. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld vanaf 30 januari 2014 wordt bevestigd.