ECLI:NL:CRVB:2016:75
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, een bijstandsgerechtigde met een gezin, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten en duurzame gebruiksgoederen na een verhuizing naar een grotere woning. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden beschouwd die uit het eigen inkomen of vermogen moeten worden betaald, en er geen bijzondere medische of sociale noodzaak tot verhuizing was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat er wel sprake was van medische en sociale noodzaak, onderbouwd met verklaringen van een huisarts, kinderarts en school. Ook stelde appellant dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn situatie.
De Raad oordeelde dat verhuiskosten in beginsel voor rekening van de aanvrager komen, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De aangeleverde stukken boden onvoldoende bewijs voor een medische of sociale noodzaak tot plotselinge verhuizing. Bovendien was de verhuizing voorzienbaar sinds jaren vanwege gezinsuitbreiding en de beperkte woonruimte. Appellant had kunnen reserveren en beschikte over een langdurigheidstoeslag. Het college had geen onderzoeksplicht geschonden omdat de aanvraag duidelijk was en appellant voldoende gelegenheid had om zijn situatie toe te lichten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.