ECLI:NL:CRVB:2016:759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij herziening AOW-pensioen naar gehuwdennorm
Appellanten, gehuwd sinds 1966, ontvingen AOW-pensioen naar de norm van een ongehuwde. Na een brief van appellant stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) vast dat appellanten ten onrechte als duurzaam gescheiden levend waren aangemerkt en herzag het pensioen naar de gehuwdennorm.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij al meer dan tien jaar duurzaam gescheiden leven, mede omdat zij ieder een eigen woning hebben, door de Belastingdienst als duurzaam gescheiden levend worden aangemerkt en er een feitelijke onmogelijkheid is om samen te wonen vanwege zorg voor de vader van appellante. Tevens stelden zij dat de gehuwdennorm discrimineert ten opzichte van samenwonenden.
De Raad oordeelt dat appellanten niet ieder afzonderlijk hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn. Het ontbreken van financiële verstrengeling en het bezit van eigen woningen doen hieraan niet af. De zorgsituatie is sinds opname van de vader in een zorginstelling niet meer relevant. Het onderscheid tussen gehuwden en niet-gehuwden is objectief gerechtvaardigd vanwege de afdwingbare zorgverplichting tussen echtgenoten.
Daarmee faalt het beroep en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm blijft van kracht.