Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was het niet eens met het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering te beëindigen per 1 december 2013. Hij stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet tijdig had voldaan.
Appellant ontkende de ontvangst van de eerste griffierechtnota van 20 juni 2014, maar werd bij aangetekende brief van 24 juli 2014 herinnerd aan de betaling met een termijn van vier weken. In die brief werd expliciet vermeld dat bij niet tijdige betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard en dat geen nieuwe termijn zou worden gegeven. Appellant betaalde het griffierecht pas op 15 oktober 2014, te laat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. De herinneringsbrief was duidelijk en appellant had geen geldige reden om niet tijdig te betalen. Er was geen grond om appellant een nieuwe termijn te gunnen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.